jamaloodin-en-wilsoe-blijven-verdachten

Jamaloodin en Wilsoe blijven verdachten

Oud-minister van Financiën George ‘Jorge’ Jamaloodin en PS-Statenlid Elmer ‘Kadè’ Wilsoe blijven voorlopig nog aangemerkt als verdachten in de zaak Maximus, het omvangrijke onderzoek naar de opdrachtgevers van de moord op politicus Helmin Wiels (PS) op 5 mei 2013.

Dat besliste de rechter-commissaris gisteren in een Raadkamerzaak die beiden onafhankelijk van elkaar hadden aangespannen. Wilsoe en Jamaloodin vinden dat het onderzoek naar hen veel te lang duurt en hadden bedongen het onderzoek jegens hen te beëindigen om uitsluitsel te krijgen over hun status als verdachte. Zij werden ruim twee jaar geleden verhoord, waarbij Jamaloodin ook nog eens kort in verzekering is gesteld. Maar die werd opgeheven. Daarna bleef het stil.

De RC oordeelde dat er sprake is van een complexe en grote zaak, die veel tijd in beslag neemt. Het belang van het oplossen ervan weegt daarom groter dan dat van Jamaloodin en Wilsoe, om nog steeds aangemerkt te blijven als verdachten. Dat maakt nu in ieder geval dat er géén sprake is van onnodige vertraging door het Openbaar Ministerie of dat het onderzoek te lang heeft geduurd. Doch op enig moment zou de balans ook kunnen omslaan in het voordeel van beiden. Hoewel er geen beroepsmogelijkheid is tegen deze beschikking, zouden ze over een poosje opnieuw een zaak kunnen aanspannen.

Zowel Wilsoe als Jamaloodin is erg teleurgesteld en aangeslagen na deze beschikking, laten hun advocaten Bertie Braam en Everett Wilsoe weten. Nieuwe strategieën worden niet uitgesloten, zegt Wilsoe, die daar nu in het belang van zijn cliënt niets over kwijt wil. Wilsoe en Jamaloodin zeggen veel last te hebben van de negatieve publiciteit en hoopten dit, ook met het oog op de verkiezingen morgen, af te kunnen handelen.

Maar hun verzoek om beëindiging van het onderzoek tegen Wilsoe en Jamaloodin, en daarmee de status van verdachte, werd dus afgewezen. Hetzelfde gold ook voor het verzoek een termijn aan het onderzoek te verbinden, aangezien de planning met betrekking tot de uitvoering van het nog te verrichten onderzoek, voldoende voortvarend is.