|
De omstreden Verwijsindex Antillianen (VIA) is
van de baan. Dat heeft minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en
Integratie vanmorgen bekend gemaakt.
Hoewel de minister de herkomst van jongeren (culturele achtergrond) wel
degelijk van belang vindt voor de hulpverlening, denkt zij dat de door
minister Rouvoet van Jeugd en Gezinvoorgestelde Verwijsindex Risicojongeren
(VIR) ook voldoet. Hulpverleners dienen gestimuleerd te worden om in hun
eigen dossiers melding te maken van de herkomst van jongeren als dat
relevant is voor de hulpverlening, volgens de minister.
Minister-president Emily De Jongh-Elhage blikt uitermate tevreden terug op
haar lobby die de minister uiteindelijk heeft doen besluiten af te zien van
de VIA. De premier benadrukt overigens dat het probleem van Antilliaanse
jongeren in Nederland een gezamnelijk probleem is, die ook gezamnelijk moet
worden opgelost: het zijn tenslotte onze jongeren, aldus de
minister-president.
Onder druk van de Antillen voert
Integratieminister Ella Vogelaar toch geen aparte databank voor Antilliaanse
en Arubaanse probleemjongeren in. Dat heeft zij maandag tijdens een bezoek
aan Curaçao bekend gemaakt.
Onder druk van de Antillen voert Integratieminister Ella Vogelaar toch geen
aparte databank voor Antilliaanse en Arubaanse probleemjongeren in. ANP
Photo (ANP) Bij nader inzien vindt Vogelaar dat voor alle probleemjongeren
in Nederland een verwijzing naar hun afkomst moet worden opgenomen in de
dossiers van hulpverleners voor zover dat relevant is. Van deze registratie
komt echter geen verplichting. Wel zullen hulpverleners worden gestimuleerd
om in hun eigen dossiers een aantekening te maken van de herkomst van
jongeren.
Oog voor bezwaren
Eerder noemde Vogelaar de zogeheten Verwijsindex Antillianen ‘hard nodig’ om
ontspoorde jongeren die naar Nederland komen hulp te bieden. Door de
databank te schrappen ‘laat Nederland zien oog te hebben voor de bezwaren
die herhaaldelijk zijn geuit door de Nederlandse Antillen en de Antilliaanse
gemeenschap in Nederland’, aldus Vogelaar.
Volgens de Antilliaanse premier Emily de Jongh-Elhage zou de hele
Antilliaanse bevolking met de databank worden gestigmatiseerd. Op dit moment
werkt minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin aan de zogeheten
Verwijsindex Risicojongeren (VIR), waarmee verschillende hulpverleners die
samen een jongere bijstaan informatie kunnen uitwisselen.
Wel in dossier
Vogelaar wil de hulpverleners stimuleren om in hun eigen dossiers de
herkomst van jongeren vast te leggen. Volgens haar is het daarmee niet nodig
om de afkomst in de databank zelf te registreren. De 21 gemeenten met veel
Antillianen gaan aan deze algemene databank meedoen.
'Antilliaanse verwijsindex van tafel is winst'
De ChristenUnie vindt het winst dat het kabinet besloten heeft de
Verwijsindex Antillianen (VIA) toch niet in te voeren. De ChristenUnie heeft
zich hier steeds tegen verzet en schriftelijke vragen over de kwestie
gesteld. Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn: ,,Ik vind het winst. Er is
duidelijkheid gekomen en er wordt samengewerkt om problemen écht op te
lossen."
De ChristenUnie heeft zich altijd gekeerd tegen het registreren op basis van
etniciteit. Ortega-Martijn:,,Hiermee zou een privacygrens van een groep
Nederlanders worden opgerekt. Voor mijn fractie is dat onbestaanbaar." De
ChristenUnie vindt het ook goed nieuws dat in de Verwijsindex Risicojongeren
(VIR) evenmin wordt geregistreerd op basis van etniciteit.
Ondanks het vonnis dat het kabinet toestond te starten met de VIA heeft het
kabinet er nu toch voor gekozen te zoeken naar een alternatief. De
ChristenUnie heeft hier steeds op aangedrongen. Ortega-Martijn: "Het is mooi
dat de VIA nu van tafel is. En dat er ook in de VIR niet op etniciteit zal
worden geregistreerd. Dat is winst."
De VIA zette volgens Ortega-Martijn de gesprekken over de nieuwe
staatkundige structuur op scherp. Ook liep de uitwerking van het nieuwe
Antillianen-programma hierdoor gevaar omdat de Antilliaanse gemeenschap
heeft laten weten dat het ten koste zou gaan van betrokkenheid bij dit
programma.
Nu de VIA niet meer wordt ingevoerd wordt de verantwoordelijkheid bij de
lokale hulpverleners gelegd. Zij zouden als alternatief in individuele
gevallen wel mogen registreren. Ortega-Martijn:,,Ik zie met veel
belangstelling uit naar de precieze uitwerking van deze gecoördineerde
hulpverlening."
|