|
Het is te vergelijken met onze 4 en 5 mei: op 1 juli wordt
op Curaçao de afschaffing van de slavernij herdacht en op 2 juli is het ‘Dia
di Bandera’ (Dag van de Vlag). In de 24 jaar dat Curaçao zijn eigen vlag
heeft, is Dia di Bandera uitgegroeid tot de nationale feestdag van het
eiland.
Tijdens de rituelen en de toespraken voor en na het ceremoniële hijsen van
de vlag werd het racistische incident van vorige week niet meer genoemd,
maar de gebeurtenis hing als een sluier over de plechtigheden.
Gedeputeerde Alcala Wallé van Onderwijs en Cultuur vroeg de aanwezigen eens
om zich heen te kijken en vast te stellen dat er Curaçaoënaars zijn van alle
kleuren en rassen. ‘Iedereen die zich bekent tot ons eiland en er zich voor
wil inspannen is een Curaçaoënaar’, hield ze de aanwezigen voor.
Eerder deze week klonk uit alle geledingen van de Curaçaose samenleving
afschuw en afkeuring over het incident van vorige week donderdag. Een blanke
Curaçaoënaar werd toen geraakt door een steen die werd gegooid door een
groepje losgeslagen betogers. De man liep een schedelbreuk op.
Dat was in de nasleep van een demonstratie tegen het financieel toezicht
door Nederland op de Curaçaose begroting en overheidsuitgaven. De overwegend
liberale meerderheid in de Eilandsraad was daarmee akkoord gegaan, maar de
oppositie zag dat als herkolonisatie door Nederland, en riep op tot
demonstreren.
Zo’n veertig demonstranten waren in de late avond op zoek gegaan naar blanke
Nederlanders om hun gram te halen. Vooral stappende stagiairs werden in de
loop van die avond geïntimideerd, maar het was een lokale witte man die in
het ziekenhuis belandde.
Pacheco Domacassé is de bezieler van de herdenking op 1 juli. Hij keurt
sterk af wat er vorige week is gebeurd, maar ziet er geen racisme in. ‘Geen
mens op Curaçao voelt haat voor Nederlanders, maar het gebrek aan dialoog
tussen voor- en tegenstanders van het staatkundige proces maakt sommigen
radeloos. Het was een verkeerde manier om woede te koelen van mensen die
niet mogen meepraten over de status hun eigen emancipatie.’
‘Het was geen racisme, maar woede’, zegt Frank Martinus Arion, de auteur van
Dubbelspel en voorvechter van de Curaçaose onafhankelijkheid. ‘Met de
Nederlanders koesteren we een vriendschap van eeuwen, maar de
vriendschappelijke relatie is nu een zakelijke relatie geworden en dat heeft
het wankele evenwicht verstoord.’ Hij legt de schuld voor de geëscaleerde
situatie bij de politiek, die enkel over geld wil praten en niet over
respect.
Zowel Arion als Domacassé zou graag zien dat een partij van buiten probeert
de politieke spanning weg te nemen. ‘Er moet een dialoog op gang komen
tussen coalitie en oppositie. Nu denkt de coalitie onder druk van Nederland
dat ze kan doen wat ze wil. En uit frustratie denkt de oppositie dat ook’,
aldus Domacassé.
bron Volkskrant
|