|
WILLEMSTAD — Een nieuwe, realistische planning, dat is het belangrijkste punt dat vandaag aan de orde kwam tijdens de politieke stuurgroep voor Staatkundige Zaken van het Koninkrijk die tot twee uur had moeten duren, maar tijdens het ter perse gaan van deze krant nog niet was afgelopen. Curaçao, St. Maarten en het Land zijn van mening dat de ingang van de nieuwe statussen niet over de Statenverkiezingen van januari 2010 getild mogen worden. De Regiegroep die de laatste maanden druk bezig geweest is om het tijdpad van het staatkundigproces in kaart te brengen en daarmee ook de (on)haalbaarheid van de streefdatum 15 december, was gisteravond tot laat bezig en ging vanochtend om acht uur weer een bijeenkomst in. Om tien uur was de Regiegroep nog niet gereed en werd de vergadering een uur uitgesteld. Vlak daarna werd het overleg weer geschorst. Dat 15 december dit jaar als datum voor ingang van de nieuwe statussen echt niet mogelijk is, daar heeft inmiddels ook gedeputeerde van Staatkundige Structuur Zita Jesus-Leito (PAR) zich bij neergelegd. “15 December is niet direct haalbaar, dat is duidelijk.”, aldus de gedeputeerde vanochtend voor het overleg begon tegenover de Amigoe. “We moeten bepalen wat we moeten doen om daadwerkelijk tot een nieuwe status te komen, met een realistische planning.” Tegenover het idee om vooruitlopend op de nieuwe statussen verschillende diensten en taken al over te dragen, staat de gedeputeerde niet onwelwillend. “Dat kan ook een goed signaal zijn.” Maar ze geeft ook aan dat ‘er heel wat bij komt kijken’. “We moeten nu kijken hoe we het gaan aanpakken”, zegt zij. En dat mag wat Curaçao betreft niet inhouden dat de ingang van de nieuwe statussen pas plaatsvinden na de Statenverkiezingen van januari 2010. Ook minister-president Emily de Jongh-Elhage verkondigde vanmorgen die stelling tijdens haar openingswoorden. Staatssecretaris Ank Bijleveld-Schouten deed hier geen uitspraken over, maar zei wel in te zien dat rust belangrijk is. St. Maarten is daar overigens zo mogelijk nog stelliger in. St. Maarten zal op geen enkel voorstel ingaan dat uitstel betekent voor de invoering van de nieuwe staatkundige status tot 2012 of 2013, verklaarde de Sintmaartense gedeputeerde van Staatkundige Zaken Sarah Wescot-Williams gisteren tegenover The Daily Herald. Sarah Wescot-Williams: “Als we met Nederland niet kunnen praten over de periode na 2010 vanwege de verkiezingen, kunnen we ook niet praten over een streefdatum na 2010.” De Nederlandse regering wil advies inwinnen van de Raad van State over hoe de zeggenschap van de regering van de Nederlands Antilliaanse overgedragen moet worden op de eilanden. Volgens Wescot-Williams is dat advies niet nodig. Delegaties van Nederland, de Nederlandse Antillen, Curaçao en St. Maarten nemen deel aan de vergadering. Vertegenwoordigers van de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) zijn als toehoorders aanwezig. Tijdens de Politieke Stuurgroep komen vandaag ook de onderwerpen corporate governance, de consensusrijkswet Financieel Toezicht, de consensusrijkswet Openbaar Ministerie en de aanwijsbevoegdheid van de Nederlandse minister van Justitie aan de orde. Wat het laatste betreft is al overeengekomen om de aanwijsbevoegdheid om te laten toetsen of deze wel binnen het Statuut past. Dit zal overigens pas gebeuren als de gangbare procedure van de totstandkoming van de rijkswet helemaal afgerond is. Gedeputeerde Jesus-Leito was vanochtend optimistisch over een goede afloop. Ook met betrekking tot de wens de staatkundige statussen niet pas na de verkiezingen in te laten gaan. “Ik denk dat Nederland dat heel goed begrijpt”, aldus Zita Jesus- Leito. Ook heeft zij het idee dat over het onderwerp good governance de problemen tussen Nederland en St. Maarten zijn gladgestreken. Haar Sintmaartense collega was echter minder positief. Het eiland had gisteren een bilaterale bijeenkomst met de Nederlandse delegatie ‘om bepaalde zaken op te helderen’. “Maar dit is nog geen garantie voor een succesvolle bijeenkomst vandaag”, aldus Wescot-Williams. St. Maarten is het oneens met ‘de visie van Nederland over de toezichthoudende politieorganisatie, corporate governance en het Openbaar Ministerie en de aanwijzingsbevoegdheid van de Nederlandse minister van Justitie. Volgens Wescot-Williams begrijpt Nederland de standpunten van St. Maarten niet. bron Amigoe.com
|
