|
Antillianen en Arubanen blij met hulp zonder databank
De Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap is opgetogen over het besluit van
de Nederlandse regering af te zien van de Verwijsindex Antillianen (VIA).
Voor het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) voelt het besluit als
een rechtvaardiging voor haar grootste niet-erkende bezwaar: de VIA stuit op
klassieke grond- en mensenrechten.
In die mening werd de Antilliaans-Arubaanse overlegpartner van de
rijksoverheid gesteund door het overgrote deel van de Antilliaanse en
Arubaanse gemeenschap in Nederland, de regeringen en parlementen van de
Nederlandse Antillen, de afzonderlijke eilanden en van Aruba, een deel van
de Tweede Kamer, alsmede internationale mensenrechtenorganen en -initiatieven
als ECRI (Raad van Europa) en het Open Society Justice Initiative (OSJI).
OCaN voerde de afgelopen twee jaar een rechtszaak tegen de VIA namens de
achterban.
‘Onvindbaar en ongrijpbaar’
De Antilliaanse databank VIA was bedoeld voor het ‘vinden en binden’ van
Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren. Deze jongeren zouden ‘onvindbaar
en ongrijpbaar’ zijn voor hulpverlening en politie. Het College Bescherming
Persoonsgegevens (CBP) had een ontheffing verleend voor het verbod op de
registratie van ras in deze databank voor een proefperiode van twee jaar.
Als voorwaarde werd gesteld dat de structurele registratie van ras na twee
jaar onrechtmatig zou zijn. De ontheffing loopt af op 11 december 2008.
Geen registratie etniciteit in VIR
De Minister schrijft in een brief dd. 10 november 2008 aan de Tweede Kamer
dat de algemene Verwijsindex Risicojongeren (VIR) voldoende adequaat is voor
hulpverlening aan Antillianen en Arubanen en dat daarom een aparte databank
niet noodzakelijk is. Het verheugt ons dat de Minister aangeeft dat
‘registratie op etniciteit in de VIR niet nodig is’. De verwachting is, dat
met de gezamenlijke inzet van de Antilliaanse en Nederlandse regering de
afgelopen weken tegen de VIA het vertrouwen tussen de ‘Caribische’ en
‘Europese’ Koninkrijkspartners als gelijkwaardige Nederlanders op alle
fronten een bijzonder positieve impuls zal krijgen. Ons inziens is dat de
eerste voorwaarde voor een duurzame oplossing van diverse integratiethema’s.
Zorgen
Zorgelijk blijft niettemin de criminaliteitsproblematiek onder Antilliaanse
en Arubaanse risicojongeren en de overlast die dat voor de samenleving met
zich meebrengt. Eveneens zorgelijk is de blijvende focus op Antillianen en
Arubanen van zogeheten ‘stadsmariniers’ en speciale rechercheteams. De
onaangekondigde huisbezoeken en het hinderlijk volgen, waarbij het etnische
profiel de onderscheidende factor is, leidt ons inziens ertoe dat de deur
naar de hulpverlening eerder gesloten blijft dan open gaat. In het algemeen
dient volgens OCaN de koppeling registratie ‘bijzondere kenmerken’ –
waaronder ras, nationaliteit, gezondheid en geloof - en repressie definitief
losgelaten te worden. Met andere woorden, beoordeling van het individu en
het gedrag in plaats van groepen en etniciteiten.
Opvoeding
Een alternatief voor het verlenen van betere hulp en het afglijden naar de
criminaliteit is volgens OCaN onder meer: intensieve opvoedingsondersteuning
aan kwetsbare gezinnen; reclassering van ex-delinquenten met Antilliaanse
ervaringsdeskundige begeleiders; opvang voor kansarme nieuwkomers;
toekomstperspectief middels effectief onderwijs en aansluiting op de
arbeidsmarkt; en een strategie van bestrijding van armoede en sociale
uitsluiting in het Koninkrijk.
Het belangrijkste niettemin is dat de Antilliaanse en Arubaanse ouders
verantwoordelijkheid blijven nemen voor het opgroeien van hun kinderen. Met
het voorgestelde preventieve beleid van minister Vogelaar voor Integratie
worden daarvoor een aantal goede mogelijkheden gecreëerd. De diverse
Antilliaans-Arubaanse organisaties op landelijk en gemeentelijk niveau
zullen zich onverminderd in moeten blijven zetten voor hulpverlening aan de
kansarme groepen en voor een actieve en positieve participatie van hun
achterbannen in de samenleving.
|