|
De afgelopen dagen stonden voor mij volledig in het teken
van het Ricciotti Ensemble en Izaline Calister. Voor wie geen krant heeft
gelezen of allergisch is voor Italiaanse namen: Ricciotti is een
straatsymfonie-orkest dat op de vreemdste plekken de schoonheid van (klassieke)
muziek aan de man probeert te brengen.
Het gezelschap telt 41 mensen die gerekruteerd zijn uit alle conservatoria
in Nederland. En ik ga uiteraard niets zeggen over Izaline, anders dan dat
ze gastartiest is bij dit orkest. Samen deden ze Curaçao aan met de
Barbulètè tour. Hiervoor was Nederland aan de beurt en nu mag Aruba van ze
genieten.
Het gezelschap was dus op het hele eiland te vinden. U moet zich dat eens
voorstellen: veertig keurige conservatoriumstudenten, gekleed in H&M
zomerjurkjes en shirts, fagot en piccolofluit in de aanslag, haar en gezicht
in de kreukels vanwege slaapgebrek. En die staan dan Mozart te spelen in de
Bon Futuro gevangenis. Of een buurthuis in Boca Sami. Of het Avila Hotel. En
overal waar ze speelden wisten ze in tien minuten de harten van de bezoekers
te winnen. Dat lag echt niet alleen aan onze Izaline. Het had alles te maken
met de ongekunstelde, oprechte manier waarop ze hun liefde voor muziek aan
ons toonden. En de moeite die ze hadden gedaan om zich de Antillen eigen te
maken. Toen ‘Atardi' gespeeld werd bij het Avila stonden niet alleen Izaline
en het publiek dat te zingen, maar ook een groot deel van het orkest. Tranen
vloeiden bij haar en bij nog heel veel andere mensen. Omdat het écht was.
Het kan dus toch, Nederland en Curaçao aan elkaar binden. In een tijd waarin
de twee landen steeds verder uit elkaar drijven en waardering plaats maakt
voor argwaan, toont een groep bleke twintigers aan dat je het best goed met
elkaar kunt hebben. Als je maar lol hebt in wat je doet, jezelf niet te
serieus neemt en je je kwetsbaar durft op te stellen. Dan komt het gesprek
vanzelf op gang, wordt er gelachen en valt er zelfs af en toe een traan.
Vreemd toch dat we daar niet eerder aan gedacht hebben.
Ik stel voor dat we het Ricciotti nog eens terugvragen. En dat ze onze
gezagdragers en opinieleiders naast de muze ook wat bijbrengen over hoe je
de doelgroep bereikt. Ze kunnen het goed gebruiken volgens mij. Want laten
we eerlijk zijn: de staatkundige verandering is een proces van historische
proporties, maar we promoten het alsof we een auto staan te verkopen. We
zien dat die aanpak niets oplevert, de kloof wordt groter en wat doen we? We
gooien er nog een inspraaksessie in het altijd sfeervolle ITC tegenaan. Of
een tv-programma met brave interviews. Of een krant met droge beleidsteksten.
Of een extra persconferentie, bij voorkeur in een troosteloos zaaltje op een
troosteloze plek. Waar de oppositie vervolgens op reageert met een
persbericht, persconferentie, flyer. Gaap.
Ricciotti en Izaline hadden die mensen vast wat vragen gesteld. "Heeft u nog
iets anders dan een pak? Wanneer is de laatste keer geweest dat u een mop
vertelde? Waar wordt ú nou blij van? En kunt u dat dan, zonder hulp van
medewerkers, eens opschrijven? En als u dat tekstje klaar heeft, kunt u dan
op eigen gelegenheid zaterdagmiddag om vier uur even naar Boca Sami komen om
dat in tien minuten in korte broek aan ons voor te dragen?" Ik zie de
gezichten al van de heren en dames gedeputeerden en hun medewerkers, de
vakbondsleiders, de VBC's, de oppositie. De goeien spreekt dit vast aan,
want het moet echt anders. En het kán ook anders. Als je het maar voélt.
bron column Bula Waya website RNWO
|