|
Bij bestuurders, hoofden van dienst en afdelingschefs leeft nog maar weinig bewustzijn van integriteit. Ook heeft het integriteitstraject geen zichtbare bijdrage geleverd aan de verbetering van het vertrouwen in de overheid. Tot deze harde conclusies komt Peter Verton in zijn eindrapport ‘Evaluatie Integriteitstraject Fase 2 van het eilandgebied Curaçao’. Fase 2 van het integriteitstraject ging in 2004 van start en had twee doelen: bewustwording van ambtenaren en bestuurders op het gebied van integriteit bevorderen en bewerkstelligen dat integriteit onderdeel wordt van het beleid en de bedrijfsvoering van de diensten van het eilandgebied. Het traject werd in november vorig jaar voltooid. Verton werd aangetrokken voor evaluatie van het proces. In het eindrapport constateert de jurist dat er aan een serie voorwaarden behorende tot fase 2 van het traject nog geen gehoor is gegeven. Zo is er tot op heden geen gedragscode voor bestuurders. Verton concludeert ook dat de vrijblijvendheid van alle deelnemers de resultaten van het traject heeft ondermijnd. Door het ontbreken van beleidsmatige en organisatorische ondersteuning van activiteiten is integriteit niet of nauwelijks tot onderdeel van beleid en bedrijfsvoering van de eilandelijke overheid geworden. Bij de opzet van het integriteitstraject is volgens Verton gekozen voor een ‘bottom up’-benadering. In de praktijk betekende dit dat er personen werden aangesteld die cruciale functies in de integriteitsaanpak kregen. Maar volgens Verton vereist een dergelijke aanpak dat bestuurders, hoofden van dienst en afdelingschefs zich volledig achter de integriteitsgedachte hebben geschaard. “Daar dit evenwel niet het geval bleek, heeft de bottom up-aanpak tot beperkte resultaten geleid. Facilitators, backuppers en vertrouwenspersonen bleken door hun positie in de ambtelijke organisatie niet altijd bij machte de ondernomen activiteiten om te zetten in blijvende resultaten”, aldus Verton in zijn rapport van 7 april van dit jaar. Verton presenteert een serie aanbevelingen om het integriteitstraject uit het slop te trekken. Zo maakt hij zich sterk voor een top down-benadering, naast de al gehanteerde bottom up-aanpak. “Bestuurders dienen hun doen en laten te binden aan een gedragscode. Daarnaast gaan zij het goede voorbeeld geven voor de hele ambtelijke organisatie.”Volgens Verton dienen hoofden van diensten en/of personeelsfunctionarissen actiever bij het proces te worden betrokken. Tevens maakt hij zich sterk voor de oprichting van een centraal orgaan, Waarborg Integriteit genaamd, waaraan het BC de zorg voor verbetering, verankering en institutionalisering van de integriteit binnen het apparaat zal delegeren. Bron: Amigoe
|
