Curacao is Amsterdam met palmen

De Duitse krant, de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ), heeft een uitgebreid reisverslag van Daniel Haaksman gepubliceerd, met de titel ‘Karibik-insel Curacao – Hollands heiÉe Liebe’ (Caribisch eiland Curacao – Hollands hete liefde). Belangenvereniging Chata reageert verheugd op de publicatie en meent dat het reisverslag van FAZ, waarin ook de laatste editie van het Curacao North Sea Jazz Festival (CNSJF) uitvoerig belicht wordt, een positieve bijdrage zal leveren aan de ‘mind-set’ van de potentiële Duitse bezoeker in aanloop naar het evenement.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung, die vorig jaar in het kader van een pers-trip het eiland bezocht, heeft in de gedrukte versie van de krant een oplage van 380.427. De website wordt volgens Chata dagelijks door 401.337 bezoekers bezocht. Boven het reisverslag prijkt een kleurrijke foto van de Handelskade met daaronder de tekst: “Amsterdam met palmen. De Nederlandse invloeden zijn in de haven bijzonder goed zichtbaar.” Haaksman benadrukt in de opening van zijn verhaal dat hetgeen wat daadwerkelijk telt, is dat ‘het CNSJF-evenement het bewijs levert dat het eiland veel meer te bieden heeft dan alleen turquoise gekleurde Caribische clichés’. Zo krijgen de lezers een opsomming van verschillende bekende artiesten die vorig jaar optraden tijdens het CNSJF en wordt de quote van percussionist Roël Calister aangehaald als hij zijn avond tijdens het evenement, als ‘dushi’ omschrijft.

“Het landschap geeft niet het tropische ideaalbeeld weer, hieraan wordt wel door de zee voldaan. Het vulkanische eiland is karig begroeid en heeft geen jungle, bloeiende tuinen of palmbossen. Eigen landbouw ontbreekt vrijwel geheel. De vruchtbare aarde wordt door een aanhoudende stevige wind, alsmaar weggeblazen. Voor toeristen is de altijd voelbare bries een zegen, want zelfs in de middaguren raakt men, ondanks de knallende zon, zelden aan het zweten.” De lading en de verschillende betekenissen van het woord dushi, worden in het verhaal uitvoerig omschreven: “Dushi is op Curacao zo belangrijk, dat er zelfs een enorme lettersculptuur naar gevormd is.”

De grote verscheidenheid ofwel smeltkroes aan naties en culturen, die het eiland door de eeuwen hebben gevormd, wordt tevens benadrukt. Haaksman legt uit dat in de laatste 200 jaar, de Nederlandse invloeden dominant waren. “De straten dragen namen als Herenstraat en Windstraat, waarbij de pastelgekleurde gebouwen net zo goed in Amsterdam hadden kunnen staan. Ondanks dat Curacao, dat voorheen deel uitmaakte van de Nederlandse Antillen in 2010 autonoom werd, wordt Nederland net zoals voorheen door de bevolking als een tweede thuisland beschouwd.” In het reisverslag wordt verder verhaald over de historie van het eiland, de slavenopstand en Tula en het slavernijverleden in het algemeen.

Haaksman maakt ook melding van het belang van de haven voor de handel binnen de regio, en stelt dat het eiland steeds meer migranten uit Azië en Latijns-Amerika trekt. “Ook de raffinaderij, die Venezolaanse-olie verwerkt en verscheept, trekt werknemers aan. ‘s Nachts, ziet men aan de horizon een gloed van vuur door het affakkelen. Dit doet aan de science-fiction klassieker, de film ‘Blade Runner’, denken. Van grote milieuschade door de petrochemische industrie, is er gelukkig weinig tot niets waarneembaar, de zee is kristalhelder.”

Haaksman meent dan ook dat in tegenstelling tot het zustereiland Aruba, het toerisme goed gedoseerd is en deel uitmaakt van het sociale netwerk van het eiland. “Degenen die niet in een van de geïsoleerde vijf-sterren luxe-resorts verblijven, maken automatisch deel uit van het kalme leven op het eiland. Zeker op zondag, wanneer het ‘beach-dag’ is. Op Playa Kenepa zijn al ‘s ochtends vroeg de eerste strandgasten te bekennen, die een plekje in de schaduw veilig willen stellen.” Haaksman vervolgt met een omschrijving van een groep mannen, die zich onder een grote boom om een plastic tafel verzamelt, om domino te spelen.

“De koelbox met bier staat binnen handbereik. Enkele meters verderop heeft zich een grote familie uitgespreid die onder een enorm camping-afdak, vis en kreeften grilt. De kinderen tollen in het rond terwijl uit een radio salsa- en bachata-geluiden doorklinken. De toeristen liggen verder naar voren, langs het parelwitte zandstrand, of zijn aan het snorkelen tussen de zwermen van kleine tropische vissen.” Haaksman omschrijft ook uitvoerig lokalen op seadoo’s, die rondjes varen. “Als ze even op het water tot stilstand komen, laten ze als ware marien motorrockers, de motoren van hun vaartuigen hard doorklinken. De blikken van de mannelijke badgasten verraden het verlangen dat ook zij graag flink gas zouden willen geven. Voor toeristen zonder een vaarbewijs zit dat er niet in, maar een ritje op een jetski met chauffeur, kan al voor een paar gulden”, aldus het sfeerverslag.
‘Gelukkig is er Curacao’

Haaksman omschrijft zijn culinaire beleving van het eiland als verassend: “Ondanks de Nederlandse invloeden in de import van voedingsmiddelen, kan men op Curacao voortreffelijk uit eten. De plaatselijke ‘fusion’-keuken met mediterrane, Zuid-Amerikaanse en Caribische invloeden, levert een frisse verscheidenheid op met soms ongebruikelijke gerechten. Zelfs de eilandmascotte – de leguaan – krijgt men geserveerd.” In het verslag wordt tevens de drijvende markt – de barkjes – omschreven. Zo omschrijft Haaksman zijn ontmoeting met Juan, die afkomstig is uit een vissersplaats langs de Venezolaanse kust en eenmaal per week naar Curacao vaart. “Gelukkig is er Curacao!”, aldus de quote van de visser, die uitlegt dat de economische situatie in zijn land ‘catastrofaal is’. “Juan kan door de verkoop van zijn tropische vruchten op Curacao zoveel verdienen dat hij in staat is om zijn zeskoppige gezin te onderhouden.”