Balborda weerspreekt geruchten omtrent bevoorrechting oom

Rate this post

De onlangs afgetreden minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), Earl Balborda die door de PNP was voorgedragen, heeft inzage gegeven in stukken die te maken hebben de verstrekte concultancy-opdrachten aan zijn oom Perry Gumbs, en een door hem ondertekende bouwvergunning ter uitbreiding van een bestaand bouwwerk op een terrein op Bándabou dat in erfpacht is uitgegeven aan Gumbs.

“Op de vele geruchten over mijn oom, met als doel om mijn integriteit in twijfel te trekken, kan ik niet anders reageren dan te stellen dat ik toch niet gek ben om mijn oom te bevoorrechten of zomaar terrein uit te geven, zoals men dat geheel onterecht heeft beweerd”, aldus Balborda. De oud-minister geeft bij voorbaat aan slechts inhoudelijk op de kwestie omtrent zijn oom te willen reageren en niet op de algehele stand van zaken binnen het VVRP-ministerie: “Ik ben niet van plan om na mijn ontslag als minister te reageren.” De geruchtenstroom over de familiebanden tussen Gumbs en de toenmalige VVRP-minister, kwam op gang nadat Gumbs als medewerker van de minister – Balborda trad als minister eind december 2012 aan – werd aangesteld en als diens rechterhand diende.

“Een minister die in totaal vijf persoonlijke medewerkers mag aanstellen, mag immers zelf bepalen voor wie hij of zij kiest en om welke deskundigheid. Het is overigens vrij gebruikelijk dat politici zich door vertrouwenspersonen omringen, met ook familiebanden. Om maar een voorbeeld te noemen, zo heeft de heer Davelaar (de partijleider en Statenlid van de PNP, Humphrey Davelaar, red.) ook een beroep op zijn broer gedaan en hem als naaste medewerker in dienst genomen. Aangezien mijn oom over ruime bestuurservaring beschikt, door jaren de functie van gedeputeerde van Infrastructuur voor de PAR te bekleden, en kennis heeft op het vlak van Domeinbeheer, Openbare Werken (OW) en Ruimtelijke Ontwikkeling en Planning, was de keuze uit deze motieven gemaakt.”

Balborda licht toe dat vervolgens de PNP had aangegeven ‘moeite te hebben met het feit dat de medewerker van de minister niet de PNP-signatuur draagt’ en dat er bezwaar werd geuit tegen de vroegere alliantie met de PAR en dat zij om deze reden om vervanging van Gumbs had gevraagd. “Overigens stond mijn oom, die als mijn persoonlijke medewerker in juli vorig jaar was gestopt, na de PAR op de lijst van de FOL en heeft vervolgens uitvoerig campagne gevoerd voor een PNP-kandidaat.” Hij stelt dat in augustus 2014 zijn echtgenote, die als juriste/ambtenaar bij de HRO-afdeling van het ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening (BPD) werkzaam was, als vervanging voor Gumbs werd aangesteld. “De familie van mijn echtgenote heeft jarenlange banden met de PNP, en uiteraard ben ik zelf lid van de PNP.”
Taskforce
Uit stukken blijkt verder dat op 28 mei 2014 de Raad van Ministers een landsbesluit heeft geaccordeerd en ondertekend waarbij toestemming werd verleend om een taskforce in het leven te roepen die als taak kreeg de economische projectontwikkelingen die vastzaten, een boost te geven. Balborda: “De taskforce, waarvoor vijf man in concultancy-opdracht werden aangetrokken tegen een vast uurloon van 168,75 gulden, had dus als taak om, zwevend boven alle lopende projectontwikkelingen, als brug te dienen op ambtelijk niveau als trekker van belangrijke projecten. Mijn oom heeft zich toen voor verschillende projecten ingezet als deel van deze taskforce – gevormd door onder anderen Michiel van der Veur, Cornelis ‘Chucho’ Smits (die als lid van het interim-kabinet-Betrian belast was met de portefeuille van het BPD-ministerie, red.) en Alvin Martina – onder dezelfde voorwaarden en met hetzelfde uurloon als ook de andere vier leden van dit Coördinatieteam. Overigens zijn de leden van dit team aangetrokken aan de hand van een duidelijk advies van het ministerie van Financiën, aan welke profielvoorwaarden de leden dienden te voldoen. De werkervaring van mijn oom sluit hierop aan.” Zoals de Amigoe eerder heeft gemeld, zijn er onder ingewijden bij het ministerie vragen gerezen over mogelijke declaratiebedragen van Gumbs, waarbij een bedrag van 80.000 gulden en een bedrag van boven de 100.000 gulden voor consultancy-opdrachten werden genoemd. De oud-minister reageert hierop als volgt: “Ik ben niet op de hoogte van welke bedragen er door de leden van de taskforce gedeclareerd zijn en overigens zou het ook een inbreuk op privacy betreffen om daar uitspraken over te doen. Het zou toch ook ongepast zijn, om ik zeg maar wat, bijvoorbeeld de bedragen die door de heer Smits of de andere leden gedeclareerd zijn te noemen.”

Op de geruchten dat Gumbs een terrein op Bándabou onder het leiderschap van Balborda verstrekt zou hebben gekregen, stelt de oud-minister aan de hand van de ter inzage gelegde stukken: “Het blijkt dat de uitvoeringsorganisatie Domeinbeheer op 7 november 2011 een aanvraag voor uitgifte van erfpacht heeft gekregen van de echtgenote van mijn oom. Dit speelde dus ver voor mijn aantreden. De erfpacht werd in januari 2012 door Domeinbeheer goedgekeurd. Dit was dus bijna een jaar voordat ik als minister werd ingezworen.” Uit de stukken blijkt verder dat de erfpachthouder, de oom, vervolgens een bouwvergunningaanvraag deed voor hetzelfde terrein om het reeds aanwezige gebouw dat voor zijn tijd was gerealiseerd, uit te breiden.

Balborda die wederom naar de stukken verwijst: “Deze aanvaag zat dus al in de molen en op een gegeven moment belandde het op mijn bureau voor ondertekening. Ik heb dit document en de kwestie in het algemeen, voor advies aan de secretaris-generaal, de heer Dwigno Puriel voorgelegd. Zijn advies was om de gehele kwestie, juist vanwege de familiebanden, aan mijn waarnemend collega-minister, de heer José Jardim van Financiën voor te leggen.” Uit de stukken blijkt verder dat de minister van Financiën, die overigens de portefeuille van het VVRP-ministerie tijdelijk waarneemt alvorens een nieuwe minister wordt benoemd, hierop acht vragen heeft gesteld ter beantwoording door het VVRP-ministerie. Dit om te toetsen of alles conform de regels is verlopen. Het antwoord op deze vragen werd vervolgens door de desbetreffende sectordirecteur geleverd. “Pas toen dit werd goed bevonden, ben ik tot ondertekening overgegaan. Ik ben toch niet gek om zomaar mensen – wie dan ook – te bevoordelen?”, aldus Balborda.

In algemene zin beaamt de oud-minister dat het contract van een aantal via ministeriële beschikking ter beschikbaar gestelde interim-directeuren, bij verschillende uitvoeringsorganisaties binnen het VVRP-ministerie, eind februari afliep. Balborda laat weten dat het voornemen was om de verdere ter beschikkingstelling, de verlenging daarvan, afgelopen week maandag te behandelen. Door de turbulente ontwikkelingen in aanloop naar zijn ontslag afgelopen vrijdag, laat hij weten daar niet aan toe te zijn gekomen.